Zelfstandig inslapen: de vaardigheid waar alles op rust
Slapen is geen knop die omgaat, maar een vaardigheid die een kindje leert. En net als bij lopen of praten gaat dat met vallen en opstaan. Zelfstandig inslapen betekent dat je kindje van wakker naar slaap kan zonder dat jij die overgang overneemt. Lukt dat, dan lukt het ook midden in de nacht, want dan gebeurt precies hetzelfde.
Het draait om slaapassociaties: alles wat je kindje koppelt aan in slaap vallen. Een speentje, de borst, gewiegd worden, jouw hand op de rug. Die associaties zijn niet fout. In de eerste maanden zijn ze zelfs nodig. Ze worden pas lastig als je kindje ze bij élke cyclusovergang opnieuw nodig heeft en jij dus vijf keer per nacht opstaat. Wanneer je mag helpen en wanneer je beter kunt afbouwen, lees je in ons artikel over slaapassociaties bij baby’s.
De praktische stappen staan in baby zelfstandig in slaap leren vallen. Daarin lees je hoe je het rustig opbouwt, zonder je kindje te laten huilen. Er zijn methodes waarbij je gewoon aanwezig blijft.
Het speentje verdient een eigen plek in dit verhaal. Het is een prima troostmiddel, maar zodra je kindje het ’s nachts zelf niet kan terugvinden, wordt het een wekker. Of je het afleert of juist houdt hangt af van leeftijd en situatie. Hoe je het rustig afbouwt lees je apart.
Voor de allerkleinsten werkt de 5 S methode van Dr. Harvey Karp vaak goed: vijf technieken die het gevoel van de baarmoeder nabootsen en een onrustige newborn helpen kalmeren. En bij oudere kindjes is een vaste routine belangrijker dan welke techniek dan ook. Voorlezen voor het slapen gaan is daar een fijne bouwsteen voor.
Zelfstandig leren inslapen kost meestal een paar dagen tot enkele weken, afhankelijk van leeftijd en wat er al vastzit. Wil je begeleiding bij die stap, kijk dan bij onze slaapcoaching.
Ontdek hoe je je dag bewust en vol energie begint met deze eenvoudige gids