Slaapregressies: waarom je kindje ineens slechter slaapt
Je kindje sliep prima, en van de ene op de andere week is het hele ritme in de war. Dat is een slaapregressie, al is die term eigenlijk misleidend. Er gaat namelijk niets achteruit. Je kindje maakt een ontwikkelingssprong, en die kost zoveel energie en aandacht dat de slaap er tijdelijk onder lijdt. Een progressie dus, die alleen vervelend uitpakt in de nacht.
Regressies komen op redelijk voorspelbare momenten: rond 4, 8, 12, 18 en 24 maanden. Elke fase heeft een eigen oorzaak. Bij 4 maanden verandert de slaapstructuur fundamenteel. Je kindje gaat van newbornslaap naar volwassen slaapcycli en wordt daardoor tussen die cycli echt wakker. Dat is geen tijdelijke dip maar een blijvende verandering, en daarom vraagt de slaapregressie van 4 maanden een andere aanpak dan de latere.
Bij 8 en 12 maanden spelen kruipen, staan en lopen mee: je kindje wil oefenen, ook in bed. Rond 18 maanden komt daar verlatingsangst bij. Je kindje begrijpt nu dat jij ergens anders bent als je weggaat, en dat maakt afscheid bij bedtijd zwaarder. Hoe je daar rustig mee omgaat zonder nieuwe gewoontes te creëren, lees je apart.
Het volledige overzicht per leeftijd, met de kenmerken en wat je per fase kunt doen, staat in slaapregressies bij baby’s en kinderen.
De belangrijkste valkuil: tijdens een regressie terugvallen op oude gewoontes. Je bent moe, je kindje huilt, en voor je het weet voed of wieg je weer in slaap. Begrijpelijk, maar een regressie duurt twee tot zes weken, en de gewoonte die je er in die weken bij aanleert blijft daarna gewoon staan. Blijf zoveel mogelijk bij het ritme dat werkte, en bied extra troost op een manier die je later niet hoeft af te leren.
Loopt het na een regressie niet vanzelf terug in het goede spoor? Kijk dan naar wat wij als slaapcoach voor baby en peuter kunnen doen.
Ontdek hoe je je dag bewust en vol energie begint met deze eenvoudige gids